|

|
De Bataafse revolutie en haar naweeën 1/3
Het
jaar 1793 is het keerpunt in de Republiek: de Nationale Conventie
te Parijs verklaart de Republiek de oorlog. De binnenvallende
Franse legers worden voor de vesting Willemstad, verdedigd
door Carel Baron van den Boetzelaer, Grootmeester van de Nederlandse
vrijmetselarij, eerst teruggeslagen, maar in januari 1795
marcheren ze over de bevroren rivieren de Republiek binnen.
De uitgeweken patriotten keren terug en de Bataafse Republiek
wordt een feit. Op de Dam danst men rond de vrijheidsboom
en het ledental van La Bien Aimée schiet weer omhoog. Een
nieuwe sterke man, Pieter Brouwer van Brouwersgracht nr. 4,
neemt de leiding van de loge op zich. Thans zou een betere
tijd aanbreken want de regenten-oligarchie was, zo meende
men, definitief verbroken. In 1804 telde La Bien Aimée 80
leden. Inmiddels was notaris A.H. de Melander, wonende op
het Singel bij de Oude Leliestraat, voorzitter geworden wat
hij tot 1824 zou blijven. Hij was ook Schepen van Amsterdam
en luitenant der Schutterij. Zijn trouwe medebestuurderen
waren P. Brouwer en N. van Bleyenburg, secretaris. Opmerkelijk
is de verplaatsing van het logeleven van de Oude Doelen naar
het Wapen van Embden op de Nieuwendijk bij de Gravenstraat.
Sinds 1795 was daar ook de zetel van het Comité Revolutionair.
Uit deze tijd stammen vele gezangenboeken met tafelliederen.
Volgende >>
|